Verplichte afstorting pensioen DGA
door Mr. E.C.E. (Edith) Schnackers, Boels Zanders Advocaten
Ook voor de directeur grootaandeelhouder (hierna: "DGA") geldt in geval van echtscheiding als uitgangspunt de verplichting tot verevening van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen.[1]
Een bijzondere situatie doet zich voor indien de DGA in eigen beheer aanspraken op ouderdomspensioen heeft opgebouwd. De vennootschap dient in dat geval het deel van het pensioen waar de ex-echtgenoot recht op heeft vanaf de ingangsdatum van het ouderdomspensioen rechtstreeks aan deze ex-echtgenoot uit te keren, uiteraard mits de scheiding correct en binnen 2 jaren aan de vennootschap is gemeld.
Voor de ex-echtgenoot is deze situatie niet steeds wenselijk, met name bij het vermoeden van wanbeheer. Hij of zij moet immers maar afwachten of de pensioenuitvoerder, zijnde de vennootschap onder leiding van de voormalige echtgenoot als DGA, tot correcte uitkering overgaat. Over deze onwenselijkheid is herhaaldelijk geprocedeerd. In 2004 oordeelde de Hoge Raad dat in geval van wanbeheer, een verplichting tot afstorting van het ouderdomspensioen van de ex-echtgenoot bij een pensioenverzekeraar bestaat. In 2007 is de Hoge Raad nog een stap verder gegaan en is de plicht tot afstorting van het zogenaamde vereveningsdeel van de ex-echtgenoot in geval van echtscheiding uitgangspunt geworden, ongeacht de vraag of er sprake is van wanbeheer. De aanspraken van de ex-echtgenoot worden op deze wijze door onderbrenging bij een onafhankelijke pensioenuitvoerder veilig gesteld. Deze uitspraak is in 2009 nogmaals bevestigd. De Hoge Raad baseert deze afstortingsverplichting op de eisen van redelijkheid en billijkheid die de verhoudingen tussen ex-echtgenoten beheersen. Deze eisen brengen met zich mee dat de andere echtgenoot in beginsel niet meer in een afhankelijke positie hoeft te verkeren van de vennootschap van zijn of haar ex. Zowel jegens de DGA in privé als de vennootschap kan aanspraak op afstorting worden gemaakt.
De omstandigheden van het geval kunnen echter met zich brengen dat niet tot afstorting overgegaan hoeft te worden. Daarbij kan worden gedacht aan de situatie dat afstorting financieel niet mogelijk is c.q. de continuïteit van de onderneming dientengevolge in gevaar komt. De DGA zal zulks echter goed moeten motiveren. Lukt dit niet, dan kan de afstortingsverplichting ingrijpende gevolgen hebben voor de onderneming.
[1] Zie voor meer algemene informatie over pensioenverevening het artikel
"Pensioen en echtscheiding"
.
Aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend.