1. Tips voor alle belastingplichtigen
EIGEN WONING
1.1
. Renteaftrek over meegefinancierde kosten voor doorstromers
Taxatiekosten voor de hypotheekaanvraag, afsluitprovisie en notariskosten die u in 2009 heeft betaald voor de verwerving van uw eigen woning zijn aftrekbaar. U heeft de mogelijkheid deze kosten (behalve soms de afsluitprovisie) zelf te betalen of anders mee te financieren. Sinds de invoering van de bijleenregeling is de rente over deze meegefinancierde kosten wel aftrekbaar voor starters op de woningmarkt, maar niet voor de zogenoemde doorstromers. Doorstromers zijn mensen die naar de tweede of volgende eigen woning zijn verhuisd en te maken krijgen met de bijleenregeling. Het verschil in fiscale behandeling tussen starters en doorstromers met meegefinancierde kosten wordt met ingang van 1 januari 2010 opgeheven.
|
LET OP! Verhuist u naar uw tweede of volgende eigen woning, dan kunt u vanaf 2010 ook de rente over de meegefinancierde kosten aftrekken. |
1.2. Behoud renteaftrek na tijdelijke verhuur van onverkochte woning
Als u naar een andere koopwoning verhuist maar u heeft uw oude huis nog niet verkocht, dan heeft u tot nu toe twee mogelijkheden:
-
De woning tijdens de verkoopperiode leeg laten staan zodat de (hypotheek)rente aftrekbaar is gedurende de rest van het kalenderjaar waarin de woning wordt verlaten, plus daarna nog maximaal twee kalenderjaren, mits u aannemelijk maakt dat de woning voor de verkoop bestemd is.
-
De woning verhuren, waardoor de (hypotheek)renteaftrek vervalt. De woning en de schuld verhuizen op dat moment van box 1 naar box 3 en de bijleenregeling is van toepassing.
Nadeel van de tweede optie is dat na de verhuurperiode de woning leeg kan komen te staan, zonder dat u de (hypotheek)rente kunt aftrekken. In het Belastingplan 2010 is voor deze situatie een versoepeling voorgesteld: na afloop van de verhuurperiode van de achtergelaten onverkochte woning kunt u de (hypotheek)rente aftrekken voor de resterende periode waarin dit is toegestaan. Kortom, de woning keert terug naar box 1. De maatregel geldt in principe alleen wanneer u op of na 1 januari 2010 gaat verhuren.
TIP! De mogelijkheid bestaat om de woning in afwachting van verkoop tijdelijk te verhuren op basis van de Leegstandswet. De gemeente kan daarvoor toestemming geven. Deze verhuur is wel aan voorwaarden verbonden (zie http://www.vng.nl/). Bovendien moet de bank veelal toestemming verlenen voor de tijdelijke verhuur. |
1.3. Eigenwoningforfait in verhuisjaren
Gaat u verhuizen in 2010? Voor de berekening van het eigenwoningforfait is een vereenvoudiging voorgesteld. Voorheen werd de feitelijke verhuisdatum als uitgangspunt genomen, maar vanaf 1 januari aanstaande wordt dat de datum van wijziging van het woonadres in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA). U bent verplicht uw adreswijziging binnen vijf dagen na de verhuizing door te geven aan de gemeente.
1.4. Controleer op lagere WOZ-waarde in 2010
Elke gemeente geeft normaliter binnen acht weken na 1 januari 2010 de WOZ-beschikking 2010 naar de waardepeildatum 1 januari 2009 af. De WOZ-beschikking wordt meestal opgenomen in de aanslag onroerende zaakbelasting en gebruikt bij de bepaling van het eigenwoningforfait, de aanslag onroerende zaakbelasting en waterschapslasten. Als u het niet eens bent met de vastgestelde WOZ-waarde kunt u tegen de beschikking in bezwaar gaan. De gemeente moet uw bezwaarschrift binnen zes weken na dagtekening van de beschikking hebben ontvangen. In een procedure worden op grond van een wettelijke bepaling geringe waardeverschillen (drempelbedragen) niet gecorrigeerd. Voor 2009 en 2010 gelden de volgende drempelbedragen:
|
Waarde woning |
Drempelbedrag |
| meer dan |
maar niet meer dan |
van de waarde |
maar minimaal |
| € 0 |
€ 200.000 |
5% |
€ 0 |
| € 200.000 |
€ 500.000 |
4% |
€ 10.000 |
| € 500.000 |
€ 1.000.000 |
3% |
€ 20.000 |
| € 1.000.000 |
en hoger |
2% |
€ 30.000 |
|
LET OP! Door de economische crisis dalen de verkoopprijzen van woningen. Deze dalingen zullen ook tot uitdrukking moeten komen in de WOZ-waarde op de peildatum 1 januari 2009. Controleer dus uw WOZ-beschikking 2010. |
LIJFRENTE
1.5. Betaal uw lijfrentepremie tijdig
Alleen bij een pensioentekort kunt u een lijfrentepremie op basis van de jaar- en/of reserveringsruimte aftrekken. Lijfrentepremies zijn altijd aftrekbaar als ze zijn betaald of verrekend in het kalenderjaar óf in de eerste drie maanden van het volgende kalenderjaar (terugwenteling). Het kabinet stelt voor de terugwentelingstermijn van drie maanden met ingang van 1 januari 2011 te laten vervallen. Daar staat tegenover dat de terugwentelingstermijn van zes maanden voor lijfrentepremies bij staking van uw onderneming en/of omzetting van de fiscale oudedagsreserve gehandhaafd blijft.
|
LET OP! Om de lijfrentepremie in 2010 te mogen aftrekken, moet deze vóór 1 januari 2011 zijn betaald. |
1.6. Stel uw lijfrente-uitkeringen op tijd vast
De periode om de lijfrente-uitkeringen te laten vaststellen is bij leven zes maanden en bij overlijden twaalf maanden na de expiratiedatum van uw lijfrentekapitaal. De beide termijnen worden per 2010 wettelijk vastgesteld en als volgt verruimd:
|
Redelijke termijn in |
2010 |
| Expiratie lijfrentekapitaal bij leven |
Kalenderjaar van expiratie + één kalenderjaar |
| Expiratie lijfrentekapitaal bij overlijden |
Kalenderjaar van expiratie + twee kalenderjaar |
INKOMEN UIT SPAREN EN BELEGGEN
1.7. Neem vanaf 2010 vordering en schulden bij erfbelasting op in box 3
Heeft u op of na 1 januari 2010 vorderingen of schulden die voortkomen uit de - naar verwachting vanaf 2010 geldende - erfbelasting? Bij wijze van uitzondering is in het Belastingplan 2010 voorgesteld om deze vorderingen en schulden (inclusief heffings- en invorderingsrente) mee te laten tellen voor het box-3-vermogen. Ook als het gaat om een buitenlandse erfbelasting. De totale schulden (dus inclusief de erfbelastingschuld) komen in box 3 pas in aftrek voor zover ze het drempelbedrag overschrijden. Op grond van overgangsrecht moeten op 1 januari 2010 nog openstaande successierechtvorderingen en -schulden worden toegerekend aan het inkomen uit sparen en beleggen in box 3. Een uitzondering geldt voor de successierecht- en erfbelastingschulden die voortvloeien uit de bedrijfsopvolgingsregeling.
1.8. Verplichting tot doen van periodieke giften niet meer in box 3
Periodieke giften zijn aftrekbaar van uw belastbaar inkomen, onder de persoonsgebonden aftrek, mits u voldoet aan de voorwaarden (zie tip 12). Op basis van een uitspraak van de Hoge Raad is het vanaf 27 februari 2009 mogelijk om uw verplichting tot het doen van periodieke giften aan te merken als een schuld in box 3. Hier heeft het kabinet een stokje voor gestoken: verplichtingen tot het doen van periodieke giften behoren met terugwerkende kracht tot en met 30 december 2009 niet meer tot de schulden in box 3. Hetzelfde geldt voor alimentatieverplichtingen.
1.9. Nieuwe waardering (tweede of overige) woning
Heeft u - naast uw duurzaam bewoonde woning - nog een andere woning die u gedurende een periode van minimaal 30% van het jaar zelf kunt gebruiken, dan is sprake van een tweede woning die in box 3 valt. In 2009 worden tweede woningen gewaardeerd op de WOZ-waarde en de overige woningen op de waarde in het economische verkeer (objectieve vrije marktprijs). Het kabinet stelt voor alle woningen die in box 3 vallen met ingang van 1 januari 2010 te waarderen op de WOZ-waarde. U mag echter niet voor alle woningen uitgaan van 100% van de WOZ-waarde. De waardering is afhankelijk van het soort woning.
|
Soort woning in box 3 |
Waardering |
| Verhuurde woning die onder huurbescherming valt |
Volgens een tabel die uitgaat van WOZ-waarde en jaarlijkse huursom |
| Vakantiewoning (valt per definitie niet onder huurbescherming) |
100% van WOZ-waarde |
| Woning waarvoor jaarlijkse erfpachtcanon is verschuldigd |
WOZ-waarde na aftrek van de gekapitaliseerde waarde van toekomstige jaarlijkse erfpachtcanons |
1.10. Vrijstelling voor contant en elektronisch geld vanaf 2010
Het kabinet stelt voor met ingang van 1 januari 2010 in box 3 een vrijstelling op te nemen voor een totaalbedrag van € 500 per belastingplichtige voor contant en elektronisch geld. Voor fiscale partners verdubbelt het vrijgestelde bedrag.
PERSOONSGEBONDEN AFTREK
1.11. Vraag dieetverklaring aan
Chronisch zieken en gehandicapten kunnen hun uitgaven voor specifieke zorgkosten als persoonsgebonden aftrek in mindering brengen op hun belastbaar inkomen in box 1, respectievelijk box 3 en box 2. Binnen de regeling voor specifieke zorgkosten komen dieetkosten voor aftrek in aanmerking. De voorwaarde voor het afgeven van een dieetverklaring door een arts komt per 1 januari 2010 te vervallen. De dieetkostenaftrek wordt dan ook verleend als de dieetverklaring is afgegeven door een diëtist.
1.12. Gebruik aftrek voor periodieke en overige giften
Giften aan kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of algemeen nut beogende instellingen komen voor aftrek in aanmerking. Vanaf 2008 is aftrek alleen mogelijk als de instelling voorkomt op de ANBI-lijst van de Belastingdienst. Wanneer u toch al regelmatig schenkt aan een goed doel, kunt u ook kiezen voor een periodieke gift. Voor zo’n gift geldt namelijk geen aftrekdrempel als u notarieel vastlegt dat u minimaal vijf jaar lang, maar uiterlijk tot het tijdstip van uw overlijden, gelijkmatig een vast bedrag aan de instelling van uw keuze schenkt.
1.13. Spaar uw overige giften op
Komen uw overige giften (dus de niet-periodieke giften) niet boven de drempel uit, spaar deze dan op en schenk bijvoorbeeld eens in de twee jaar. Het aftrekbare bedrag moet zowel € 60 als 1% van uw (bij partners: gezamenlijke) verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek te boven gaan en is gemaximeerd op 10% van dat (gezamenlijke) verzamelinkomen.
|
LET OP! Houd wel het plafond in de gaten. |
HEFFINGSKORTINGEN
1.14. In 2010 geen doorwerkbonus voor levensloopverlof voorafgaand aan pensioen
Wanneer u als werknemer uw levenslooptegoed in 2009 opneemt om eerder met pensioen te gaan en uw dienstbetrekking blijft in stand, dan geniet u inkomsten uit tegenwoordige arbeid en kunt u aanspraak maken op de doorwerkbonus. U moet dan wel op 1 januari 2009 eenenzestig jaar of ouder zijn. Het kabinet vindt het toekennen van de doorwerkbonus aan werknemers die feitelijk met vervroegd pensioen gaan in strijd met het doel van de doorwerkbonus om juist langer door te werken. Bent u op 1 januari van het kalenderjaar minimaal eenenzestig jaar en wilt u de levensloopregeling gebruiken om vervroegd met pensioen te gaan? Weet dan dat u vanaf 1 januari 2010 geen recht meer heeft op de doorwerkbonus.
|
LET OP! Gebruikt u (als eenenzestigjarige en ouder) in 2010 het levensloopverlof voor deeltijdverlof (of voor een kortere periode van levensloopverlof) dan behoudt u wel uw recht op de doorwerkbonus. |
ERVEN EN SCHENKEN
1.15. Schenk belastingvrij aan kinderen
In 2009 mag u uw kind tot een bedrag van € 4.556 belastingvrij schenken. Is uw kind (of diens partner) ouder dan achttien maar jonger dan vijfendertig jaar, dan mag u hem of haar in plaats daarvan ook eenmalig tot € 22.760 belastingvrij schenken. U moet bij gebruik van deze eenmalige vrijstelling altijd aangifte doen. Volgens goedkeurend beleid is de eenmalige vrijstelling ook van toepassing als uw kind de vijfendertigjarige leeftijd al is gepasseerd, maar diens partner nog niet.
In het wetsvoorstel Wijziging van de Successiewet 1956 is voorgesteld de tariefschijven, de vrijstellingen en de tarieven voor de schenkbelasting met ingang van 1 januari 2010 te wijzigen. Als de voorgestelde maatregel wordt aangenomen, dan is zoals uit de volgende voorbeelden blijkt niet in alle gevallen sprake van een belastingverlaging in 2010 (zie
www.minfin.nl/schenkenenerven.nl). U zult dus een afweging moeten maken in welk kalenderjaar u gaat schenken.
Voorbeeld 1
|
De ouders schenken aan een kind bijvoorbeeld € 45.000 in contanten. Het verschuldigde schenkingsrecht over 2009 is berekend op € 2.553, terwijl de verschuldigde schenkbelasting over 2010 is berekend € 4.000. Er is rekening gehouden met de vrijstelling voor het desbetreffende jaar. In dit geval kunt u beter schenken in 2009 dan in 2010. |
Voorbeeld 2
|
De ouders schenken aan een kind bijvoorbeeld € 135.000. Het verschuldigde schenkingsrecht over 2009 is berekend op € 14.332, terwijl de verschuldigde schenkbelasting over 2010 is berekend op € 14.200. Er is rekening gehouden met de vrijstelling voor het desbetreffende jaar. In dit geval kunt u beter schenken in 2010 dan in 2009. |
1.16. Vraag om bedrijfsopvolgingsregeling
De bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet is in het leven geroepen om de continuïteit van de onderneming niet in gevaar te brengen, omdat u anders over geërfd ondernemingsvermogen successierecht zou moeten betalen. In de nieuwe schenk- en erfbelasting die naar verwachting 1 januari 2010 ingaat, wordt het vrijstellingspercentage verhoogd van 75% naar 100% (in eerste instantie was 90% voorgesteld). Op basis van de bedrijfsopvolgingsregeling wordt de waarde van het ondernemingsvermogen voor de verkrijger in twee porties verdeeld:
Een andere wijziging is dat de bedrijfsopvolgingsregeling alleen kan worden toegepast als de overledene de onderneming al minimaal één jaar voorafgaand aan het overlijden in bezit had. Doet u geen beroep op de bedrijfsopvolgingsregeling, dan bent u gewoon successierecht/erfbelasting verschuldigd over de verkrijging. In de IB-sfeer wordt de vererving gezien als een staking waarover inkomstenbelasting is verschuldigd. De verkrijgers kunnen deze nominale inkomstenbelastingschuld in mindering brengen op de nalatenschap.
ALGEMEEN
1.17. Lever uw T-biljet tijdig in
Heeft uw werkgever in 2004 teveel loonheffing ingehouden en heeft u dus nog recht op een teruggaaf inkomstenbelasting? De sluitingsdatum voor het indienen van een T-biljet over het kalenderjaar 2004 is 31 december 2009. Belastingteruggaven van € 14 en minder worden niet uitbetaald.
|
LET OP! U kunt binnen vijf jaar na afloop van het kalenderjaar een verzoek tot teruggaaf van inkomstenbelasting indienen bij de Belastingdienst. |
1.18. Verzoek tot middeling
U kunt de Belastingdienst verzoeken de geheven inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over uw inkomen uit werk en woning in box 1 van drie opeenvolgende kalenderjaren te middelen. U mag zelf het middelingstijdvak kiezen, maar het is alleen interessant bij sterk wisselende inkomens. Kalenderjaren kunnen maar één keer in een middelingstijdvak worden betrokken. Hierdoor kunt u uw effectieve belastingdruk verlagen. Het middelingsverzoek moet u binnen zesendertig maanden indienen nadat alle drie de aanslagen onherroepelijk vaststaan.
|
LET OP! Alleen de belastingteruggaaf die het drempelbedrag van € 545 te boven gaat, wordt door de Belastingdienst uitbetaald. Kortom, de eerste € 545 krijgt u niet terug. |