2. Tips voor de ondernemer
2.1. Vraag om een voorlopige achterwaartse verliesverrekening
Ter verbetering van de liquiditeitspositie van ondernemingen zijn de voorwaarden voor de voorlopige achterwaartse verrekening van ondernemingsverliezen over 2008 versoepeld. In de eerste plaats kan een verlies voorlopig worden teruggewenteld voordat uw aangifte over 2008 is ingediend. U moet dan bijvoorbeeld aan de hand van een voorlopige jaarrekening aannemelijk maken dat een verlies is geleden. Ten tweede hoeft voor het jaar waarnaar het verlies wordt teruggewenteld nog geen definitieve aanslag te zijn opgelegd; een voorlopige aanslag is al voldoende. Bij IB-ondernemers met een gebroken boekjaar gaat het om het boekjaar 2007-2008 dat wordt verantwoord in de aangifte inkomstenbelasting 2008. Voor een BV zal dat het boekjaar 2008-2009 zijn in de aangifte vennootschapsbelasting 2008. De versoepeling vervalt met ingang van 1 juli 2010. Informeer bij uw FoedererDFK-adviseur naar de voorwaarden.
|
LET OP! De tijdelijke beleidsmaatregel geldt alleen voor ondernemingsverliezen. |
Ondernemingen kunnen in de aangifte er voor kiezen investeringen in bepaalde bedrijfsmiddelen die in het kalenderjaar 2009 plaatsvinden, in twee jaar afschrijven. Kortom, in 2009 en 2010 kan elk jaar maximaal 50% worden afgeschreven. De willekeurige afschrijving 2009 is van toepassing op bestel-, vrachtauto’s, computers, machines en installaties en zeer zuinige personenauto’s (informeer bij uw
FoedererDFK-adviseur naar de uitzonderingen). In het Belastingplan 2010 is voorgesteld de willekeurige afschrijving met één jaar te verlengen. Investeert u in 2010 in bedrijfsmiddelen die aan de voorwaarden voldoen, dan kunt u deze in 2010 en 2011 voor maximaal 50% per jaar afschrijven.
2.3. Pas zelfstandigenaftrek toe
Een ondernemer met een ondernemingswinst lager dan het bedrag van de zelfstandigenaftrek die ander inkomen uit werk en woning geniet, verkeert in 2009 in een fiscaal gunstiger positie dan een ondernemer in dezelfde situatie zonder ander inkomen uit werk en woning. Daarom stelt het kabinet voor de zelfstandigenaftrek met ingang van 1 januari 2010 niet langer te verrekenen met ander inkomen uit werk en woning in box 1. Ondernemers met en zonder ander inkomen uit werk en woning komen daardoor in een vergelijkbare fiscale positie te verkeren. Vanaf 1 januari 2010 kan de zelfstandigenaftrek slechts worden verrekend tot het bedrag van de winst uit onderneming. De aanpassing in de verrekening van de zelfstandigenaftrek geldt niet voor startende ondernemers. Zij mogen net als nu gedurende drie jaar de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek nog verrekenen met ander inkomen.
2.4. Pas MKB-winstvrijstelling toe
De belastingdruk op winst uit onderneming wordt in 2010 ten opzichte van 2009 verminderd door de verhoging van de MKB-winstvrijstelling en het loskoppelen van het urencriterium.
2.5. Verhoging MKB-winstvrijstelling
Het kabinet heeft voorgesteld de MKB-winstvrijstelling per 2010 te verhogen van 10,5% naar 12%.
2.6. MKB-winstvrijstelling in 2010 ook voor hybride en deeltijdondernemers
De MKB-winstvrijstelling geldt alleen voor ondernemers die in 2009 minimaal 1.225 uren besteden aan werkzaamheden in hun onderneming(en) en van de in totaal beschikbare arbeidstijd meer dan 50% werken in hun onderneming(en). Anders gezegd, de MKB-winstvrijstelling kan worden toegepast op voorwaarde dat aan het urencriterium wordt voldaan. Het kabinet stelt voor het urencriterium voor de MKB-winstvrijstelling te laten vervallen. Hybride en deeltijdondernemers kunnen met ingang van 1 januari 2010 de MKB-winstvrijstelling toepassen, ongeacht het aantal uren dat aan de onderneming is besteed. Hybride ondernemers zijn mensen die naast hun baan een onderneming hebben. Deeltijdondernemers zijn mensen die in deeltijd (zonder baan ernaast) ondernemen. Door het afschaffen van het urencriterium voor hybride en deeltijdondernemers wordt de belastingdruk op hun winst uit onderneming verlaagd.
2.7. Schuif uw investeringen door
Het percentage van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (verder: KIA) daalt naarmate uw investeringsbedrag in bedrijfsmiddelen toeneemt. Bovendien is het investeringsbedrag aan een maximum gebonden. Twee redenen waarom het voor u soms gunstiger is om de investeringen in bedrijfsmiddelen te verdelen over meerdere kalenderjaren. In het Belastingplan 2010 is voorgesteld met ingang van 1 januari 2010 het maximale investeringsbedrag te verhogen van € 240.000 naar € 300.000 en het maximale percentage van 25% naar 28%. Verder is de volgende nieuwe berekeningsmethode voorgesteld:
|
U investeert bijvoorbeeld |
Investerings-bedrag |
|
Percentage |
KIA |
Vermindering KIA |
|
Per saldo KIA |
|
vanaf |
tot en met |
|
|
percentage |
bedrag |
|
|
€ - |
€ 2.200 |
0% |
€ - |
|
|
€ - |
| € 54.000 |
€ 2.200 |
€ 54.000 |
28% |
€15.120 |
|
|
€ 15.120 |
| € 100.000 |
€ 54.000 |
€100.000 |
28% |
€15.120 |
|
|
€ 15.120 |
| € 180.000 |
€ 100.000 |
€180.000 |
28% |
€15.120 |
7,60% |
€6.080 |
€ 9.040 |
| € 298.940 |
€ 100.000 |
€ 298.940 |
28% |
€15.120 |
7,60% |
€15.119 |
€ 1 |
De investeringsaftrek wordt verruimd. Tot en met 2009 geldt deze alleen voor personenauto’s die zijn bestemd voor het beroepsvervoer. Het kabinet stelt voor ook zeer zuinige personenauto’s en elektrische auto’s per 1 januari 2010 onder de KIA te laten vallen. Onder een zeer zuinige personenauto wordt verstaan een auto met een CO2-uitstoot van maximaal 95 gr/km voor diesel of een CO2-uitstoot van maximaal 110 gr/km voor niet diesel.
|
LET OP! De KIA geldt voor degenen die hun onderneming in de vorm van een eenmanszaak, VOF, CV of BV uitoefenen. |
2.8. Verlaag uw belastingdruk via ondernemingsuren
Wanneer u in aanmerking wilt komen voor de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling moet u in 2009 minimaal 1.225 uren voor uw onderneming(en) werken. Bovendien moet u van de in totaal beschikbare arbeidstijd meer dan 50% besteden aan uw onderneming(en). Dit urencriterium geldt onverkort voor deeltijdondernemers en in geval van (langdurige) ziekte of overlijden van gezinsleden. Voor zwangere onderneemsters wordt niet het aantal uren verlaagd, maar gaat men uit van de fictie dat de onderneemster heeft doorgewerkt tijdens haar zwangerschaps- en bevallingsverlof. Startende ondernemers hoeven niet te voldoen aan de 50%-eis, maar wel aan de eis van 1.225 uren. Houd dus al gedurende het lopende jaar met behulp van een urenadministratie of een agenda bij hoeveel uren u heeft gewerkt en wat u toen heeft gedaan. U moet immers kunnen bewijzen dat u het vereiste aantal uren heeft gewerkt.
2.9. Verbeter uw debiteurenbeheer
Om uw klanten te stimuleren tijdig te betalen, kunt u korting geven bij eerdere betaling. Maar stort het kortingsbedrag pas als het hele factuurbedrag vervroegd is betaald. Wijk niet af van de gekozen betalingstermijn, ook niet als het om een goede klant gaat. Is de betalingstermijn verlopen, wacht dan niet te lang met een herinnering of aanmaning. U voorkomt hiermee onduidelijkheden.