5. Tips voor DGA
5.1. Verlaag uw gebruikelijk loon bij omzetdalingen
Verricht u als werknemer arbeid voor een BV waarin u een aanmerkelijk belang (minimaal 5% van het geplaatst aandelenkapitaal) heeft of waaraan u vermogensbestanddelen ter beschikking stelt, dan moet u in principe een loon van € 40.000 (in 2009) genieten. Door de economische crisis is uw bedrijfsresultaat mogelijk verslechterd. Daarom keurt de staatssecretaris van Financiën goed dat bij omzetdalingen het gebruikelijk loon in 2009 en 2010 evenredig mag worden verlaagd volgens een vaste formule. U mag het gebruikelijk loon alleen verlagen als:
-
Uw rekening-courantschuld of het dividend niet toeneemt als gevolg van het lagere gebruikelijk loon.
-
U feitelijk meer loon heeft genoten dan het berekende loon uit de formule (dan geldt dat hogere loon).
-
De omzetten in de jaren 2008, 2009 en 2010 niet zijn beïnvloed door bijvoorbeeld fusie, splitsing, oprichting, staking en bijzondere resultaten.
5.2. Geen gebruikelijk loon bij laag dga-loon in 2010
Het kabinet heeft voorgesteld dat u de gebruikelijkloonregeling per 1 januari 2010 niet meer hoeft toe te passen als uw gebruikelijk loon lager is dan € 5.000 per kalenderjaar. Dit grensbedrag geldt ook als u werkt voor een concern waarbij u bij één BV uw loon opneemt voor uw totaal in het concern verrichte werkzaamheden. Normaliter moet u het gebruikelijk loon per vennootschap toetsen, behalve als de zogenoemde doorbetaaldloonregeling van toepassing is. Onder bepaalde voorwaarden mag uw hoofdwerkgever dan loonbelasting inhouden op het totale loon. Over lonen lager dan € 5.000 bent u uiteraard wel loonheffing verschuldigd. De voorgestelde maatregel – mits aangenomen – kunt u als dga gebruiken als u heel weinig arbeid verricht voor een passieve (beleggings-)BV en als u aanmerkelijk belanghouder met een klein aandelenpakket bent die maar heel weinig voor een actieve BV werkt.
5.3. Tbs-pand blijft in privé of in 2010 naar BV?
De terbeschikkingstellingsregeling (verder: tbs-regeling) is aan de orde wanneer u uw pand aan de BV verhuurt waarin u een aanmerkelijk belang heeft. Besluit u vervolgens dit pand over te dragen aan de BV, dan bent u inkomstenbelasting over de gerealiseerde boekwinst en overdrachtsbelasting verschuldigd. Het tbs-pand behoort immers niet meer tot uw werkzaamheidsvermogen.
Het kabinet stelt voor de gevolgen van de tbs-regeling eenmalig te verzachten. Alleen gedurende het jaar 2010 kan op gezamenlijk verzoek van de BV en de dga het tbs-pand tegen uitreiking van aandelen worden ingebracht in de BV zonder heffing van inkomsten- en overdrachtsbelasting. Hierbij wordt niet de voorwaarde gesteld dat het pand al vóór 2001 ter beschikking is gesteld. Voorwaarde in de IB-sfeer is dat u als aandeelhouder na de inbreng van het pand (in)direct minimaal 90% van de aandelen in bezit moet hebben. U bent verplicht het juridische en economische eigendom in te brengen. Voor de overdrachtsbelasting geldt als voorwaarde dat u als dga de aandelen minimaal drie jaar na de inbreng in bezit houdt. Voor de eigendomsoverdracht moet de notaris wel een beroep doen op de inbrengvrijstelling voor de overdrachtsbelasting. De verkrijgingsprijs van de uitgereikte aandelen wordt gesteld op de boekwaarde van het pand, omdat de boekwaarde van het pand wordt doorgeschoven naar de BV.
De voorgestelde maatregel geldt maar voor één jaar, omdat men na 2001 direct kan kiezen het pand onder te brengen in de BV waardoor de tbs-regeling niet van toepassing is. Daarnaast is voorgesteld de herinvesteringsreserve en de kostenegalisatiereserve voor het tbs-pand in te voeren. Tot slot is in het wetsvoorstel Wijziging van de Successiewet 1956 voorgesteld de bedrijfsopvolgingsregeling uit te breiden tot tbs-panden.
-
Geruisloze doorschuiving pand in BV tegen uitreiking van aandelen in 2010 of
-
Pand blijft behoren tot uw werkzaamheidsvermogen in box 1.
De toekomstige boekwinst op het pand is in de IB-sfeer hoger belast dan in de Vpb-sfeer. Betrek in uw afweging ook de mogelijke gevolgen in de omzetbelasting.
5.4. Pas terbeschikkingstellingsvrijstelling vanaf 2010 toe
In de huidige Wet IB 2001 bestaat verschil in behandeling tussen een resultaatgenieter die een vermogensbestanddeel ter beschikking stelt en een IB-ondernemer of een BV die een vermogensbestanddeel ter beschikking stellen. Vanaf 2007 zijn voor de BV de Vpb-tarieven verlaagd en is voor de IB-ondernemer die voldoet aan het urencriterium de mkb-winstvrijstelling ingevoerd. Daar staat tegenover dat het effectieve belastingtarief van de tbs-regeling niet aangepast is. Daarom stelt het kabinet voor met ingang van 1 januari 2010 een terbeschikkingstellingsvrijstelling in te voeren voor de resultaatgenieter die een vermogensbestanddeel ter beschikking stelt aan de eigen BV of aan de onderneming van een verbonden persoon. De tbs-vrijstelling werkt in een winst- respectievelijk verliessituatie als volgt uit:
Voorbeeld 3
winstsituatie
| resultaat uit tbs vermogensbestanddeel |
€ 100 |
| af: tbs-vrijstelling 12% |
€ 12 |
| belastbaar resultaat |
€ 88 |
Voorbeeld 4 verliessituatie
| resultaat uit tbs vermogensbestanddeel |
€ -100 |
| af: tbs-vrijstelling 12% |
€ -12 |
| belastbaar resultaat |
€ -88 |
5.5. Betalingsuitstel voor belastingschuld van resultaatgenieter
In de situatie dat u een pand verhuurt aan de eigen BV en vervolgens alle aandelen in die BV verkoopt, dan eindigt de terbeschikkingstelling hoewel de huurovereenkomst in stand blijft. U moet verplicht in box 1 afrekenen over de meerwaarde (fictieve verkoopprijs minus boekwaarde) van het verhuurde pand, terwijl er geen geldmiddelen zijn vrijgekomen waaruit u de verschuldigde inkomstenbelasting zou kunnen betalen. U verkoopt immers de aandelen en niet het pand. Daarom kunt u rentedragend uitstel van betaling voor maximaal tien jaar krijgen voor de verschuldigde inkomstenbelasting. Als voorwaarde wordt gesteld dat u over onvoldoende geldmiddelen beschikt om de inkomstenbelasting te voldoen; de zogenoemde vermogenstoets. Het kabinet stelt voor deze vermogenstoets met ingang van 1 januari 2010 te laten vervallen. Daarnaast wordt vanaf 2010 uitstel van betaling verleend voor de inkomstenbelasting die verschuldigd is bij de daadwerkelijke verkoop van het verhuurde pand aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon die de overdrachtsprijs schuldig is gebleven of het pand geschonken heeft gekregen.
5.6. Betalingsuitstel voor belastingschuld bij overdracht aanmerkelijk belang
Het schenken (overdragen om niet) of verkopen van aanmerkelijk belangaandelen tijdens leven ziet de wetgever als een vervreemding van aandelen waarover de schenker inkomstenbelasting uit box 2 is verschuldigd. Alleen bij bedrijfsopvolging binnen de familiekring kunt u voor de verschuldigde inkomstenbelasting uitstel van betaling voor maximaal tien jaar krijgen. Het kabinet stelt voor dat u met ingang van 1 januari 2010 ook uitstel van betaling krijgt bij bedrijfsopvolging buiten de familiekring. Maar let op: per 1 januari 2010 vervalt de uitstel van betalingsregeling bij schenking van aanmerkelijk belangaandelen. Daarvoor in de plaats komt vanaf die datum de geruisloze doorschuifregeling, zodat u zonder heffing van inkomstenbelasting uw aanmerkelijk belangaandelen kunt doorschuiven naar de verkrijgers (zie tip 40). De uitstel van betalingsregeling geldt dus alleen bij verkoop van aanmerkelijk belangaandelen waarbij de koopsom wordt schuldig gebleven.
5.7. Doorschuifregeling bij schenking van aanmerkelijk belang in 2010
Het schenken (overdragen om niet) van aanmerkelijk belangaandelen tijdens leven in 2009 ziet de wetgever als een vervreemding van aandelen waarover u als schenker inkomstenbelasting uit box 2 bent verschuldigd. Voor de schenking van aanmerkelijk belangaandelen is er geen doorschuifregeling, maar alleen bij schenking aan familieleden een uitstel van betalingsregeling (zie tip 39).
Het kabinet stelt voor met ingang van 1 januari 2010 een doorschuifregeling in te voeren waardoor de schenking tijdens leven niet als een vervreemding wordt aangemerkt voor zover de BV een materiële onderneming drijft. Anders gezegd, als schenker kunt u alleen de inkomstenbelastingschuld die verband houdt met het ondernemingsvermogen van de BV doorschuiven. Het deel van de overdrachtsprijs van de aanmerkelijk belangaandelen dat toerekenbaar is aan het beleggingsvermogen van de BV kan niet worden doorgeschoven; daarover bent u dus wel inkomstenbelasting verschuldigd. Voor de doorschuifregeling bij schenking van aandelen geldt de voorwaarde dat de verkrijger al gedurende zesendertig maanden die onmiddellijk voorafgaan aan het tijdstip van de vervreemding als bestuurder in dienstbetrekking moet zijn van de vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang krijgt.
5.8. Doorschuifregeling bij vererving van aanmerkelijk belang in 2009 en 2010
Als het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2010 wordt aangenomen, kunt u met ingang van 1 januari 2010 alleen nog het deel van de overdrachtsprijs van de aanmerkelijk belangaandelen doorschuiven dat toerekenbaar is aan het (materiële) ondernemingsvermogen van de BV. Ondernemingsvermogen is het verschil tussen de bezittingen en de daarvoor aangegane schulden. Nadat is vastgesteld dat de BV een onderneming drijft, moet u aan de hand van de regels voor de vermogensetikettering vaststellen met welk vermogen de BV de onderneming drijft. De bedoeling van de wetgever is de vererving van een aanmerkelijk belang dat direct of indirect (via een houdster) een onderneming drijft fiscaal gelijk te behandelen. Bij een houdstermaatschappij met een werkmaatschappij moet u op basis van een geconsolideerde balans beoordelen of de houdstermaatschappij een onderneming drijft en met welk vermogen zij dat doet.
U
bent wel inkomstenbelasting verschuldigd over het deel van de overdrachtsprijs dat toerekenbaar is aan het beleggingsvermogen van de BV. Overigens is voorgesteld om het beleggingsvermogen tot maximaal 5% van de waarde van het ondernemingsvermogen van de BV nog aan te merken als ondernemingsvermogen. Om inkomstenbelastingheffing te voorkomen, kunnen aanmerkelijk belanghouders er voor kiezen om het beleggingsvermogen in de BV al eerder als dividend uit te laten keren.
|
LET OP! U kunt de doorschuifregeling niet toepassen op aandelen in een beleggings-BV, omdat die geen onderneming drijft. |