Nieuwe regels B2C
Levert u diensten aan niet-ondernemers (particulieren)? Dan verandert er niks in 2010. De dienst wordt belast op de plaats waar de dienstverlener is gevestigd. De achterliggende gedachte is dat bij grensoverschrijdend dienstenverkeer aan niet-ondernemers het lastig is om de heffing van btw te verleggen. Immers, deze afnemers zullen niet in het bezit zijn van een btw-identificatienummer.
Aangifte/ listing
Bij de eerste btw-aangifte 2010 wordt u geconfronteerd met het nieuwe aangifteformulier. In verband met de wijziging van de regels met betrekking tot de plaats van dienst wijzigt een aantal rubrieken:
Verkoopfacturen
-
Belaste intracommunautaire dienst verricht aan ondernemers
Vanaf 1 januari 2010 zal een intracommunautaire dienst die onder de nieuwe hoofdregel plaatsvindt in het land van de afnemer, verwerkt moeten worden in de btw-aangifte. De verleende intracommunautaire diensten worden opgenomen in rubriek 3b van de btw-aangifte.
-
Vrijgestelde intracommunautaire dienst verricht aan ondernemers
Wanneer een dienst wordt verricht die volgens de nieuwe hoofdregel plaatsvindt in het land van de afnemer, maar die dienst daar is vrijgesteld, zal deze intracommunautaire dienst niet moeten worden opgenomen in de btw-aangifte.
-
Belaste dienst verricht aan afnemer buiten de EU
Deze dienst zal onder de hoofdregel plaatsvinden in het land van de afnemer, maar vormt voor de btw geen intracommunautaire dienst en dient derhalve niet opgenomen te worden in de btw-aangifte.
Inkoopfacturen
-
Inkoop van diensten van ondernemers buiten de EU
Diensten die u ontvangt van een buiten de EU gevestigde ondernemer, moet u met ingang van 1 januari 2010 opnemen in rubriek 4a van de btw-aangifte.
-
Inkoop van diensten van ondernemers binnen de EU
De door u ontvangen intracommunautaire diensten van ondernemers gevestigd in een andere lidstaat, moeten worden opgenomen in rubriek 4b van de btw-aangifte.
|
LET OP! Grensoverschrijdende diensten die u verricht binnen de EU, moet u opnemen in de ‘Opgaaf Intracommunautaire Prestaties’. Prestaties die zijn vrijgesteld van btw in het land van de afnemer hoeven niet opgenomen te worden. De Opgaaf intracommunautaire prestaties moet u normaal gesproken elke maand indienen. Als u voor minder dan € 100.000 intracommunautaire prestaties verricht, mag dit eens per kalenderkwartaal. |
|
LET OP! Het is voor de ondernemer van belang dat het totaalbedrag aangegeven op de Opgaaf intracommunautaire prestaties overeenkomt met het bedrag dat de ondernemer aangeeft in rubriek 3b van de btw-aangifte. |
Tijdstip verschuldigdheid
Vanaf 1 januari 2010 is de btw met betrekking tot intracommunautaire diensten verschuldigd op het tijdstip dat de dienst wordt verricht. In de ‘oude regels’ was dit het moment van uitreiking van de factuur.
Teruggaafprocedure buitenlandse btw
Wilt u een verzoek om teruggaaf van buitenlandse btw doen? Vanaf 1 januari 2010 moet dat met een elektronische aangifte bij de Nederlandse Belastingdienst. Het meesturen van de originele facturen is dan niet meer nodig. Ook de ‘verklaring van hoedanigheid’ komt te vervallen. Lidstaten mogen wel verlangen dat een elektronische kopie van de facturen wordt meegestuurd wanneer het factuurbedrag exclusief btw meer dan € 1.000 bedraagt. Voor brandstof geldt een minimumbedrag van € 250.
|
LET OP! Buitenlandse btw die in 2009 in rekening is gebracht en op 1 januari 2010 nog niet is teruggevraagd, moet in principe volgens de nieuwe teruggaafprocedure worden teruggevraagd. |
Codering kostensoorten
De kostensoorten moeten gecodeerd worden met de volgende codes:
-
Brandstof
-
Verhuur van vervoermiddelen
-
Uitgaven in verband met vervoermiddelen (andere dan de codes 1 en 2)
-
Wegentol
-
Reiskosten, zoals taxikosten, kosten openbaar vervoer
-
Logies
-
Spijzen, dranken en restauratie
-
Toegang tot beurzen en tentoonstellingen
-
Uitgaven voor ontspanning en representatie
-
Overige
|
LET OP! Maakt u gebruik van een geautomatiseerde administratie waarbij de btw-aangifte geautomatiseerd wordt opgemaakt, dan moet u wijzigingen aanbrengen in de btw-coderingen van de betreffende prestaties. |
Vanaf 1 januari 2010 is de deadline voor teruggaafverzoeken 30 september van het jaar volgend op het jaar waarop de teruggaaf betrekking heeft. Doet u een teruggaafverzoek voor een periode van drie maanden tot een jaar, dan is het minimumbedrag € 400. Voor een kalenderjaar is het drempelbedrag € 50.
Voor de beoordeling van de verzoeken krijgen de belastingdiensten uiterlijk vier maanden de tijd, tenzij deze nog aanvullende informatie willen verkrijgen van de ondernemer. Dan kan die termijn verlengd worden tot maximaal acht maanden. De uitbetaling van het verzoek moet binnen tien dagen na het verstrijken van de deadline van vier maanden geschieden.
Tot slot
De regels zijn weliswaar vereenvoudigd, maar brengen wel nieuwe verplichtingen mee voor u als ondernemer. Daarnaast zullen de nieuwe regels vragen bij u oproepen. Bijvoorbeeld: valt uw dienst wel of niet onder een uitzondering? Bereid u daarom tijdig voor en neem contact op met uw
FoedererDFK-Adviseur voor meer informatie.
Auteur: Mr. C.W. van Vilsteren