Voorstellen voor de werkgever en werknemer

-
-
-
-
-
-
-
-
-
|
LET OP!
De werkgever mag vanaf 2011 maximaal 1,5% van het fiscale loon (totale onderneming) onbelast verstrekken voor allerlei zaken. Daarbij geldt onverkort een gebruikelijkheidstoets. De invoering van een uniform loonbegrip moet leiden tot lastenverlichting bij werkgevers. Zo wordt bijvoorbeeld het werknemersdeel WW-premie en de franchise WW afgeschaft. Een verlichting voor de loonadministratie. Vanaf 2011 geldt voor de inkomstenbelasting dat ongehuwd samenwonenden met een gezamenlijk kind, een gezamenlijke eigen woning of een gezamenlijke pensioenregeling verplicht partner zijn als zij in de GBA staan ingeschreven op hetzelfde woonadres. Wil één van uw werknemers nog een opleiding starten waarmee zijn/haar positie/functie verbetert? Start de opleiding dan in 2010! Want in 2011 zal de regeling afdrachtvermindering onderwijs waarschijnlijk vervallen. Vanaf 2010 wordt een opname uit de levensloopregeling vanaf 61 jaar aangemerkt als inkomsten uit vroegere dienstbetrekking. U of uw werknemer heeft dan geen recht op arbeidsgerelateerde heffingskortingen en dus ook niet op de doorwerkbonus. |
Nieuwe werk (on)kostenregeling
Op dit moment bestaan er zo’n 29 verschillende onbelaste vergoedingen en verstrekkingen waarvoor allemaal aparte regels gelden. De meest gebruikte vergoedingen (onbelast) door werkgevers zijn de vergoedingen en verstrekkingen voor bijvoorbeeld consumpties tijdens werktijd, personeelsfeesten en reizen, reiskosten of fietsen, kerstpakketten, laptops of cursussen. Het kabinet wil in het kader van de administratieve lastenverlichting komen tot een eenvoudige regeling. U mag als werkgever vanaf 2011 maximaal 1,5% van het fiscale loon (totale onderneming) onbelast verstrekken voor allerlei zaken. Daarbij geldt onverkort een gebruikelijkheidstoets per werknemer. Er komen gerichte vrijstellingen voor reiskosten, tijdelijke verblijfskosten, cursussen, studiekosten, extraterritoriale kosten en verhuiskosten bij bedrijfsverplaatsing. De regeling is niet van toepassing op privégebruik van de auto van de zaak, het genot dienstwoning en vergoedingen voor strafrechtelijke gevolgen van criminele activiteiten. In sommige gevallen kan de forfaitaire ruimte (van uw bedrijf) wellicht niet toereikend zijn. Voor het meerdere (alles boven de 1,5% van de het fiscale loon) wordt een eindheffingsystematiek ingevoerd. Dit meerdere wordt dan belast volgens een eindheffingssystematiek voor 80% van de waarde (maximaal 41,6%). Bestaande kostenvergoedingsafspraken met de Belastingdienst komen voor de toekomst te vervallen; nieuwe afspraken zijn noodzakelijk, voor zover de vergoedingen boven het forfait gaan uitkomen. Voor loon in natura blijft de waarde economisch verkeer gelden. De beoogde ingangsdatum is 01 januari 2011.
Voorbeeld
De fiets van de zaak. U kunt straks als werkgever in het nieuwe stelsel, zonder enige verdere individuele controle (dus bijvoorbeeld de beoordeling of de fiets in voldoende mate voor woon-werkverkeer gebruikt wordt) alle kosten rond de fiets, of wellicht meerdere fietsen, direct in de administratie boeken. Geen individuele benadering maar voor het hele bedrijf een regeling.
Uniform loonbegrip
Er komt één loonbegrip voor loonbelasting/premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW). De lastenverlichting voor werkgevers wordt bereikt door de volgende maatregelen:
-
De verplichte inkomensafhankelijke bijdrage ZVW komt te vervallen. Daarvoor in de plaats komt ZVW-werkgeversheffing die geen eigen premiegrens meer kent maar meeloopt met de premiegrens voor de werknemersverzekeringen.
-
Doordat de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW wordt vervangen door een ZVW werkgeversheffing verdwijnt ook de inwikkelde teruggave van te veel betaalde ZVW premie bij meerdere dienstbetrekkingen.
-
Het werknemersdeel WW-premie wordt helemaal afgeschaft en komt dus niet meer voor in de loonadministratie.
-
Geen verschil meer tussen de loonheffing en premieheffing over bijtelling privégebruik auto en levensloopinleg en –opname.
-
De franchise WW wordt afgeschaft. Voor de WW-premie hoeven hierdoor geen aparte gegevens meer bijgehouden te worden.
Partnerbegrip
Het kabinet heeft ingezet op een specifiekere begripsbepaling van het partnerbegrip in afzonderlijke belastingwetten. Tegelijkertijd wil het kabinet gelijkschakeling van het partnerbegrip in de inkomstenbelasting en de toeslagen. Volgens de AWR behoren tot dat basispartnerbegrip gehuwden, geregistreerde partners en samenwonenden met een notarieel samenlevingscontract die in de GBA staan ingeschreven op hetzelfde woonadres.
Voor de inkomstenbelasting geldt in aanvulling op het basispartnerbegrip dat ongehuwd samenwonenden met een gezamenlijk kind, een gezamenlijke eigen woning of een gezamenlijke pensioenregeling verplicht partner zijn als zij in de GBA staan ingeschreven op hetzelfde woonadres. Verwachte inwerkingtreding is per 2011.
Kleine banen
Het kabinet wil de administratieve lasten van kleine banen verminderen. De inhoudingen en afdrachten leiden tot lasten die in geen verhouding staan tot de effecten. Zo zullen werknemers jonger dan 23 jaar, met inkomens onder de 600 euro, veelal de loonbelasting terugvragen via een T-biljet en zelden gebruikmaken van sociale- en werknemers verzekeringen. Daarom wil het kabinet met ingang van 2011 komen met een regeling voor kleine salarissen waarvoor geldt:
-
Geen inhouding/afdracht loonheffing (ingangsdatum 1-1-2011).
-
Geen inhouding/afdracht ZW, WIA en WW.
-
Vereenvoudiging bekostiging zorgverzekeringen (ZVW).
-
Vermindering informatieverplichtingen.
Uitbreiding afdrachtvermindering onderwijs
De afdrachtvermindering onderwijs wordt ruimer. Als uw werknemer in 2010 een opleiding start waarmee hij zijn positie/functie verbetert, kunt u als werkgever gebruikmaken van een afdrachtvermindering. Denkt u hierbij aan een opleiding van niveau MBO naar HBO of HBO naar WO. Deze regeling zal (waarschijnlijk) in 2011 vervallen.
Samenloop Levensloopkorting en doorwerkbonus
In 2008 is 20% van de bevolking gepensioneerd en in 2040 ruim 50%. Om de vergrijzing tegen te gaan en de zaak betaalbaar te houden, heeft het kabinet in 2009 een doorwerkbonus voor de leeftijden 62 tot 65 jaar geïntroduceerd. Dit is een heffingskorting. U of uw werknemer krijgt deze korting (bonus) in het jaar waarin u/uw werknemer 62 wordt.
|
Jaar waarin men wordt |
Percentage |
Maximaal |
| 62 |
5% |
2.296 |
| 63 |
7% |
3.214 |
| 64 |
10% |
4.592 |
| 65 en 66 |
2% |
918 |
| 67 en verder |
1% |
459 |
Als u of uw werknemer nu gebruikmaakt van vervroegde uittreding en deze betaalt met opnames uit de levensloopreling, dan kunt u naast de levensloopkorting ook genieten van de doorwerkbonus. Dit vindt het kabinet niet wenselijk. Vanaf 2010 zal een opname uit de levensloopregeling vanaf 61 jaar aangemerkt worden als inkomsten uit vroegere dienstbetrekking. U of uw werknemer heeft dan geen recht op arbeidsgerelateerde heffingskortingen en dus ook niet op de doorwerkbonus.
Vanaf 1 januari 2010 geldt de volgende indeling
|
Brandstof |
|
|
|
Kwalificatie |
Diesel |
Overige brandstoffen |
| Zuinig |
95 – 104 g CO2/km |
110 – 120 g CO2/km |
| Zeer zuinig |
< 95 g CO2 /km |
< 110 g CO2/km |
|
TIP: Op zoek naar een nieuwe (bedrijfs)auto? Denk dan aan een zeer zuinig auto! Per 2010 gaat het tarief van de motorrijtuigenbelasting naar 0% en zeer zuinige auto’s zijn volledig vrijgesteld van BPM. Heeft u een elektrische (nul-emmissie) auto? Voor 2010 en 2011 geldt dat er geen bijtelling in de loonheffing plaatsvindt. |
Vrijstellingen MRB
Het tarief van de motorrijtuigenbelasting (MRB) voor zeer zuinige auto’s gaat naar 0%. Hierbij is vastgesteld dat een personenauto wordt aangemerkt als een zeer zuinige auto als de CO2-uitstoot de 95 g/km (diesel) of 110 g/km (benzine) niet overschrijdt. Let op: de definitie van zeer zuinige auto’s wordt periodiek herzien! Het kabinet wil ook gaan kijken naar de ontwikkelingen bij de elektrische auto’s. Voor deze auto’s geldt in 2010 ook de willekeurige afschrijvingsverruiming en de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.
Verhoging BPM-korting
Dieselauto’s met een CO2-uitstoot tussen de 95 en 104 gram per kilometer en andere auto’s met een CO2-uitstoot tussen de 110 en 120 gram per kilometer, worden als zuinige auto’s aangemerkt. Bij een nog lagere CO2-uitstoot is sprake van zeer zuinige auto’s. De zeer zuinige auto’s zijn volledig vrijgesteld van BPM. Om het verschil in BPM tussen zeer zuinige en zuinige auto’s te verminderen wordt in 2010 de BPM-korting voor zuinige auto’s verhoogd van 500 euro naar 700 euro.
Voordeel voor elektrische auto’s
Voor elektrische auto’s (nul-emissieauto’s genoemd) zou tot 1 juli 2013 een BPM-vrijstelling gelden. De vrijstelling wordt nu verlengd tot 2018. Voor de nul-emmissie auto’s hoeft in 2010 en 2011 geen bijtelling in de loonheffing plaats te vinden. Vooralsnog is bepaald dat in 2012, 2013 en 2014 de bijtelling 70% van de bijtelling bedraagt.
Stimulering Euro-6 dieselpersonenauto’s in de BPM
Vanaf 1 januari 2011 wordt bij de aanschaf van dieselpersonenauto met Euro-6 norm een korting op de BPM verleend van 1.500 euro. Deze korting wordt in 3 jaar tijd (500 euro over jaar) afgebouwd. Vanaf 1 januari 2011 is een affabriekroetfilter voor dieselpersonenauto’s verplicht. De nu nog geldende korting op de BPM van 300 euro vervalt dan. Let op: deze motor is nog niet breed verkrijgbaar. De verwachting is dat er de komende jaren meer keuze komt.